Door de stromende regen,
wind mee en wind tegen.
Met de stralende lucht,
of donker-bewolkt, als in een zucht.

Hij wachtte en wachtte,
maar niemand keerde terug.
Hij wachtte en wachtte,
daar vlak bij de brug.

De dagen, zij vlogen,
gauw gingen ze heen
Maar hij bleef hier zitten,
eenzaam en alleen.

Nu piept hij, nu jankt hij,
hopend op meer
Nu kruipt hij, krabbelt hij,
wanneer ziet hij ze weer?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

CommentLuv badge

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.